Ave Maria

Giulio Caccini (ca. 1550 – 1618), ook wel Giulio Romano genoemd, was een Italiaans componist, zanger en luitspeler. Caccini was in dienst van de familie De Medici en wordt samen met Jacopo Peri als grondlegger van de opera beschouwd. Caccini was een van de eersten die de monodische stijl toepaste. In deze stijl van componeren wordt een expressieve melodie slechts ondersteund door effectvolle akkoorden; een reactie op de toenmalige populaire polyfone stijl waarin vaak complexe patronen van verscheidene melodische lijnen werden gebruikt.

Uitgave: De Haske Publications

Intrada & Wilhelmus

Intrada & Wilhelmus werd geschreven voor brassband Euphonia uit Wolvega. De titel spreekt voor zich: een feestelijke introductie gaat vooraf aan het Wilhelmus. De in de introductie gebruikte motieven zijn direct afgeleid van het lied en komen afwisselend naar voren, als het ware gescandeerd door het hele orkest. De introductie besluit met de slotzin van het lied, zodat duidelijk is dat het Wilhelmus begint – voor het geval het de bedoeling is dat de aanwezigen meezingen. De bewerking bevat twee coupletten van het volkslied. Het eerste is een vierstemmige instrumentatie. Hier kan men desgewenst de instrumentatie uitdunnen, mocht het eerste couplet gezongen worden door een solist(e). Het tweede couplet is groots van opzet: de melodie wordt omlijst met signalen, waardoor een imposant geheel ontstaat. Dit laatste couplet gaat naadloos over in het naspel, dat weer dezelfde motieven bevat als het begin – en waarmee het werk net zo krachtig sluit als het begon.

Uitgave: De Haske Publications

Schifferlied

De melodie van het Schifferlied van Friedrich Silcher (1789-1860) is oorspronkelijk een barcarolle uit de Provence. De rustige 6/8e maat is typerend voor het schipperslied, waarvan de oorsprong ligt bij de Venetiaanse gondeliers. Silcher arrangeerde het en nam het met een eigen tekst op in een van zijn bundels met volksliederen. Het is daarom ook bekend onder de titel Es löscht das Meer die Sonne aus – de eerste regel van de tekst. Silchers versie van het Schifferlied kenmerkt zich door helderheid en eenvoud, in navolging van de Weense klassieken. In dit arrangement voor blaasorkest werd deze benadering gerespecteerd en is dezelfde stijl gehandhaafd. Het werk kan ook met mannenkoor (TB) uitgevoerd worden.

Uitgave: De Haske Publications

Vilja-Lied

Franz Lehár werd geboren in het Hongaarse Komárom op 30 april 1870. Vanaf zijn vijftiende volgde hij compositie- en vioollessen aan het Praags conservatorium bij onder anderen Antonín Dvorák. Na zijn studie trad hij in dienst van het leger. Hier speelde hij een tijdje in het harmonieorkest dat zijn vader dirigeerde. Toen hij twintig jaar oud was, werd hij zelf dirigent. In 1902 verliet hij het leger en vanaf toen legde hij zich volledig toe op het componeren. In 1905 componeerde hij Die lustige Witwe, dat een wereldwijd succes werd. Het libretto van deze operette zorgt voor een aaneenschakeling van intieme aria’s en duetten met feestelijke ensembles. Het Vilja-Lied is een van deze aria’s. Het overweldigende succes van Die lustige Witwe maakte Franz Lehár zeer rijk. Ook de operettes die hij daarna schreef mochten op groot enthousiasme rekenen bij het publiek. In 1935 richtte hij zijn eigen muziekuitgeverij op om zo veel mogelijk controle te hebben over de uitvoeringen van zijn werken. Franz Lehár overleed in Bad Ischl op 24 oktober 1948.

Uitgave: De Haske Publications