Ave Maria

Giulio Caccini (ca. 1550 – 1618), ook wel Giulio Romano genoemd, was een Italiaans componist, zanger en luitspeler. Caccini was in dienst van de familie De Medici en wordt samen met Jacopo Peri als grondlegger van de opera beschouwd. Caccini was een van de eersten die de monodische stijl toepaste. In deze stijl van componeren wordt een expressieve melodie slechts ondersteund door effectvolle akkoorden; een reactie op de toenmalige populaire polyfone stijl waarin vaak complexe patronen van verscheidene melodische lijnen werden gebruikt.

Uitgave: De Haske Publications

Circus Bamboni

Het vierdelige werk Circus Bamboni neemt u mee naar een denkbeeldig circus met dezelfde naam. In de vier korte delen komen verschillende optredens aan bod. Allereerst wordt de voorstelling op vrolijke wijze geopend door de Circus Band, om ons alvast in de stemming te brengen voor wat komen gaat. De eerste echte act is de vliegende trapeze. Op de zwierige muziek van de band zwaaien de trapezekunstenaars heen en weer en voeren ze hun ogenschijnlijk eenvoudige maar o zo gevaarlijke capriolen uit. Na deze spannende performance kunnen we op adem komen bij de swingende olifanten. Daarbij speelt de band de ‘Elephant Samba’ en laten deze grote dieren ons versteld staan van hun muzikaliteit. Tot slot is het de beurt aan de clowns – uitgedost als politieagenten op jacht naar de boeven. De circusband speelt ‘Cops en Clowns’ terwijl de clowns elkaar wild achterna jagen. Natuurlijk loopt alles uit op een grote chaos! Gelukkig doen er zich geen ongelukken voor en eindigt het werk in een daverend slotakkoord waarbij we onze waardering kunnen laten horen met een daverend applaus!

Uitgave: De Haske Publications

Fanfare for Friends

Fanfare for Friends werd geschreven in opdracht en voor Jan From van brassband Euphonia uit Wolvega. De aanleiding voor deze opdracht was het stoppen van Jan als actief lid van “zijn” brassband. Tegelijkertijd nam ook de componist afscheid van de band als dirigent. Het werk opent met een fanfare die kort onderbroken wordt door een lyrisch tussenspel. Hierna wordt het fanfarethema omgevormd tot een koraalthema waarin een hoofdrol is weggelegd voor het lage koper. Hierna volgt een kort tussenspel dat gebaseerd is op hetzelfde tussenspel uit de openingsfanfare, echter nu lichtvoetig van karakter. Dit gedeelte mondt uit in een herneming van de openingsmaten die als opmaat dienen voor een majestueus einde waarin het koraalthema nog eenmaal in een stralend tutti te horen is.

Uitgave: Tower Editions

Intrada & Wilhelmus

Intrada & Wilhelmus werd geschreven voor brassband Euphonia uit Wolvega. De titel spreekt voor zich: een feestelijke introductie gaat vooraf aan het Wilhelmus. De in de introductie gebruikte motieven zijn direct afgeleid van het lied en komen afwisselend naar voren, als het ware gescandeerd door het hele orkest. De introductie besluit met de slotzin van het lied, zodat duidelijk is dat het Wilhelmus begint – voor het geval het de bedoeling is dat de aanwezigen meezingen. De bewerking bevat twee coupletten van het volkslied. Het eerste is een vierstemmige instrumentatie. Hier kan men desgewenst de instrumentatie uitdunnen, mocht het eerste couplet gezongen worden door een solist(e). Het tweede couplet is groots van opzet: de melodie wordt omlijst met signalen, waardoor een imposant geheel ontstaat. Dit laatste couplet gaat naadloos over in het naspel, dat weer dezelfde motieven bevat als het begin – en waarmee het werk net zo krachtig sluit als het begon.

Uitgave: De Haske Publications

Kickoff

Kickoff is een kort maar krachtig openingswerk. Een aansprekend thema, een mooie tegenstem, een stuwend basmotief en spetterend slagwerk zijn de ingrediënten van deze compositie. Ik exposeer het thema in statige vorm, waarbij de melodie en begeleiding elkaar ritmisch aanvullen en er een indrukwekkende tegenstem te horen is. Vervolgens gaat het werk over in een snelle beweging, met de basstemmen en het slagwerk in een belangrijke rol. Daarboven wordt de melodie uitgespreid onder begeleiding van ritmische akkoorden en wordt het thema afgewisseld door een tegenstem in een vraag-en-antwoordspel. Na een korte break wordt dit alles herhaald, waarna Kickoff besluit met het kort scanderen van het basmotief.

Uitgave: De Haske Publications

Meet the Band!

Meet the Band! is geschreven als openingswerk, maar past ook prima midden in een concertprogramma. Tijdens de inleiding staan de cornettisten in twee groepen aan weerszijden van het orkest opgesteld, terwijl de trombonisten midden op het podium staan. Bij elke cornetgroep staat een slagwerker met een tenortrom; de paukenist speelt samen met de trombones. Het publiek maakt kennis met deze orkestgroepen door middel van het eerste thema. Via een overgangspassage, waarin het eerste deel langzaam wegebt en de cornettisten en trombonisten weer naar hun normale plaats gaan, worden het tweede deel en de rest van het orkest voorgesteld. Deel twee is totaal anders van sfeer. Met een gedragen koraalthema kan het orkest zijn klank ten volle etaleren. Via een korte modulatie volgt een herhaling van de laatste maten van het koraal, die tevens de brug vormen naar de herhaling van het eerste deel.

Uitgave: De Haske Publications

Vilja-Lied

Franz Lehár werd geboren in het Hongaarse Komárom op 30 april 1870. Vanaf zijn vijftiende volgde hij compositie- en vioollessen aan het Praags conservatorium bij onder anderen Antonín Dvorák. Na zijn studie trad hij in dienst van het leger. Hier speelde hij een tijdje in het harmonieorkest dat zijn vader dirigeerde. Toen hij twintig jaar oud was, werd hij zelf dirigent. In 1902 verliet hij het leger en vanaf toen legde hij zich volledig toe op het componeren. In 1905 componeerde hij Die lustige Witwe, dat een wereldwijd succes werd. Het libretto van deze operette zorgt voor een aaneenschakeling van intieme aria’s en duetten met feestelijke ensembles. Het Vilja-Lied is een van deze aria’s. Het overweldigende succes van Die lustige Witwe maakte Franz Lehár zeer rijk. Ook de operettes die hij daarna schreef mochten op groot enthousiasme rekenen bij het publiek. In 1935 richtte hij zijn eigen muziekuitgeverij op om zo veel mogelijk controle te hebben over de uitvoeringen van zijn werken. Franz Lehár overleed in Bad Ischl op 24 oktober 1948.

Uitgave: De Haske Publications

Voyage to Victory

Voyage to Victory laat zich karakteriseren als filmisch. Het zal voor de luisteraar geen probleem zijn zich er een spannende film bij voor te stellen met een happy end. De reis naar de overwinning gaat niet zonder slag of stoot en dat is goed te horen in de compositie. Een langzame inleiding, waarin al iets van spanning te bespeuren is, komt tot een climax waarna het eerste snelle deel begint. De muzikale strijd begint. Dit deel wordt gekenmerkt door een stuwend ritme en wisselende maatsoorten. Het volgende deel dient zich aan; een klaaglied met grillige harmonische wendingen. Het zoeken naar antwoorden en steun. Berusting volgt, wat wordt verklankt in het koraal. Na dit gedeelte wordt de moed verzameld voor de strijdlustige finale. Dit deel begint als een driestemmige canon en mondt uit in een apotheose met een herneming van het koraal. Dit maal in een juichend tutti waarna het stuk met scanderen van eerdere motieven in volle volle vaart eindigt. De overwinning is een feit.

Uitgave: Tower Editions