Christmas Prelude

Christmas Prelude is een bewerking over het kerstlied O Come, All Ye Faithful (Komt allen tezamen). Het werk kan worden uitgevoerd met koor en orgel, waarbij vers 1 solo gezongen wordt, vers 2 door vierstemmig koor en vers 3 als samenzang. Christmas Prelude werd geschreven voor brassband Euphonia uit Wolvega. De rustige opening van het werk symboliseert het bijeenkomen voor de kerstviering. De ietwat marsachtige stijl illustreert de beweging van de mensen uit diverse richtingen, aangemoedigd door signalen die in feite de openingszin van het lied vormen: O Come, All Ye Faithful. Na deze openingspassage volgen drie verzen van het bekende kerstlied. Vers 1 wordt door een kwartet uitgevoerd en hier en daar omspeeld met motieven uit het begin van het werk. Vers 2 is verdeeld over de secties en leidt naar een tussenspel, dat tevens als voorspel dient voor het laatste vers. Deze passage geeft aan dat het kerstfeest daar is. Met feestelijke omspelingen wordt dit vers tot een eind gebracht, waarna het stuk uitmondt in een versnelling die de compositie spectaculair afsluit.

Uitgave: De Haske Publications

Fanfare for Friends

Fanfare for Friends werd geschreven in opdracht en voor Jan From van brassband Euphonia uit Wolvega. De aanleiding voor deze opdracht was het stoppen van Jan als actief lid van “zijn” brassband. Tegelijkertijd nam ook de componist afscheid van de band als dirigent. Het werk opent met een fanfare die kort onderbroken wordt door een lyrisch tussenspel. Hierna wordt het fanfarethema omgevormd tot een koraalthema waarin een hoofdrol is weggelegd voor het lage koper. Hierna volgt een kort tussenspel dat gebaseerd is op hetzelfde tussenspel uit de openingsfanfare, echter nu lichtvoetig van karakter. Dit gedeelte mondt uit in een herneming van de openingsmaten die als opmaat dienen voor een majestueus einde waarin het koraalthema nog eenmaal in een stralend tutti te horen is.

Uitgave: Tower Editions

Intrada & Wilhelmus

Intrada & Wilhelmus werd geschreven voor brassband Euphonia uit Wolvega. De titel spreekt voor zich: een feestelijke introductie gaat vooraf aan het Wilhelmus. De in de introductie gebruikte motieven zijn direct afgeleid van het lied en komen afwisselend naar voren, als het ware gescandeerd door het hele orkest. De introductie besluit met de slotzin van het lied, zodat duidelijk is dat het Wilhelmus begint – voor het geval het de bedoeling is dat de aanwezigen meezingen. De bewerking bevat twee coupletten van het volkslied. Het eerste is een vierstemmige instrumentatie. Hier kan men desgewenst de instrumentatie uitdunnen, mocht het eerste couplet gezongen worden door een solist(e). Het tweede couplet is groots van opzet: de melodie wordt omlijst met signalen, waardoor een imposant geheel ontstaat. Dit laatste couplet gaat naadloos over in het naspel, dat weer dezelfde motieven bevat als het begin – en waarmee het werk net zo krachtig sluit als het begon.

Uitgave: De Haske Publications

Kickoff

Kickoff is een kort maar krachtig openingswerk. Een aansprekend thema, een mooie tegenstem, een stuwend basmotief en spetterend slagwerk zijn de ingrediënten van deze compositie. Ik exposeer het thema in statige vorm, waarbij de melodie en begeleiding elkaar ritmisch aanvullen en er een indrukwekkende tegenstem te horen is. Vervolgens gaat het werk over in een snelle beweging, met de basstemmen en het slagwerk in een belangrijke rol. Daarboven wordt de melodie uitgespreid onder begeleiding van ritmische akkoorden en wordt het thema afgewisseld door een tegenstem in een vraag-en-antwoordspel. Na een korte break wordt dit alles herhaald, waarna Kickoff besluit met het kort scanderen van het basmotief.

Uitgave: De Haske Publications

Meet the Band!

Meet the Band! is geschreven als openingswerk, maar past ook prima midden in een concertprogramma. Tijdens de inleiding staan de cornettisten in twee groepen aan weerszijden van het orkest opgesteld, terwijl de trombonisten midden op het podium staan. Bij elke cornetgroep staat een slagwerker met een tenortrom; de paukenist speelt samen met de trombones. Het publiek maakt kennis met deze orkestgroepen door middel van het eerste thema. Via een overgangspassage, waarin het eerste deel langzaam wegebt en de cornettisten en trombonisten weer naar hun normale plaats gaan, worden het tweede deel en de rest van het orkest voorgesteld. Deel twee is totaal anders van sfeer. Met een gedragen koraalthema kan het orkest zijn klank ten volle etaleren. Via een korte modulatie volgt een herhaling van de laatste maten van het koraal, die tevens de brug vormen naar de herhaling van het eerste deel.

Uitgave: De Haske Publications